‘Waken geeft mij heel veel energie’

0
86
Door Alex de Jong @ Attest Communicatie
-Advertentie-

Mensen in haar omgeving vinden het soms maar ‘vreemd’ of zelfs ‘eng’. Stineke Duijm (45) is vrijwilliger bij de Stichting Terminale Thuiszorg Kampen. Ze waakt bij mensen die op sterven liggen. Zodat familieleden en mantelzorgers even niet de zorg van een nachtelijke wake hebben en aan de eigen rust toekomen. Is het zwaar wat ze doet? ‘Die acht uurtjes in de nacht vliegen voorbij. Dit werk geeft mij energie’, vertelt Stineke.

‘Waarom ik dit werk doe?’, herhaalt ze de vraag. ‘Tja. Ik werk in de thuiszorg, en als het verplegen je dan toch al in het bloed zit…’ In 2012 meldde ze zich aan als vrijwilliger bij de Stichting Terminale Thuiszorg Kampen. Maar al tien jaar eerder ontdekte ze het bestaan van deze stichting die vrijwilligers uitstuurt om in de nacht te waken bij een stervende medemens. ‘Ik kende Lia Kok, een van de coördinatrices. Het leek me toen al erg leuk om dat werk te doen, maar mijn gezinssituatie was er destijds niet echt naar.’ In 2012 zag ze een advertentie van de STTK in de krant voorbij komen en nam meteen contact op.

Mooi werk
Wie vrijwilligerswerk wil doen, heeft het voor het uitkiezen. Waarom kiest iemand dan juist voor het begeleiden van terminale patiënten? Stineke: ‘Het is het laatste stukje wat je voor een mens kunt doen; ook al is het een vreemde. Het is zo’n heel intiem stukje van mensen, heel prachtig om daarbij te zijn.’ Soms ook heel verdrietig, vertelt ze. ‘De nachten zijn erg verschillend. De ene nacht zit je alleen maar naast iemand en wissel je geen woord, en een andere nacht heb ik hele gesprekken. Ik ben een vreemde en soms kunnen mensen dat wat hen op het hart ligt makkelijker kwijt bij een vreemde dan bij mensen die dichtbij hen staan.’ Ze neemt altijd een (puzzel)boek mee, voor het geval de patiënt geen behoefte aan een gesprek heeft.

‘De mensen waar wij waken zijn ’s nachts vaak wakker. Laatst heb ik gewaakt bij een mevrouw van meer dan honderd jaar oud. Zij kon prachtig vertellen over hoe het was toen zij nog een klein meisje was. Over dat ze zich nog goed kon herinneren dat er vliegtuigen kwamen en auto’s… dan heb je het over hele alledaagse en soms bijzondere dingen, maar ook wel mensen die vertellen waar ze mee zitten, die ergens mee worstelen. We hoeven geen oplossing aan te dragen, maar we zijn er gewoon om te luisteren. We zijn aanwezig, geven aandacht. Dat is voldoende.’
‘Soms helpt het om alleen maar iemands hand vast te houden en er voor diegene te zijn’, vertelt Stineke. ‘Als ik zie dat iemand een gebed aan de muur heeft hangen, lees ik soms dat voor om rust te brengen. Of we zingen samen een lied.’

‘Vreemd’
‘Natuurlijk ben ik ’s ochtends wel heel erg moe als ik terugkom, heb ik rond vier uur ’s nachts ook een dipje, maar dit werk geeft me ook energie en inspiratie.’ Dat is niet eens zozeer vanwege de waardevolle gesprekken, of het besef dat het leven kwetsbaar is, zo blijkt. ‘Meer gewoon omdat ik iets heb kunnen doen voor iemand die dat op dat moment heel erg nodig had.’ Mensen in haar omgeving vinden het over het algemeen ‘vreemd’ dat ze dit werk leuk vindt. ‘Ik moet nog steeds uitleggen waarom dit fijn is. ‘Mensen gaan dood; daar is toch niets moois aan?’, klinkt het dan. Sterven hoort ook bij het leven. Als je een bijdrage kunt leveren aan een waardige dood, dan is dat heel erg mooi.’
‘Als iemand je eigen leeftijd heeft, komt het soms keihard binnen; dan word je geconfronteerd met je eigen sterfelijkheid. Toch kun je dan juist ook weer wel hele mooie gesprekken met iemand hebben, want je weet heel goed in wat voor situatie die persoon zit en wat hun leefwereld is. De ziekte kun je niet voelen, maar je snapt wel de obstakels waar iemand mee te maken heeft. Vooral als iemand kinderen heeft in dezelfde leeftijd als die van jou…’

Sterven
Slechts eenmaal – van de ruim veertig verschillende personen waarbij ze heeft gewaakt – maakte ze een sterfgeval van nabij mee. ‘Daar zagen we het al aankomen en waakte ik samen met de mantelzorger, die niet alleen wilde zijn als zijn familielid zou gaan sterven.’ Uiteindelijk ben je er met dit werk niet uitsluitend voor de patiënt, maar vooral ook voor de kinderen en voor de partner.
‘Of het zwaar werk is, een hele nacht opblijven bij een terminale patiënt? Ik vind van niet. Mijn nachten zijn het zwaarst als ik niks voor de persoon hoef te doen. Acht uur lijkt een heel eind, vooral in de nacht, maar het vliegt voorbij.’
‘De moeilijkste inzet is om er te zijn voor iemand die niemand meer heeft’, vertelt ze. ‘Dan maak je contact met een stervende, ben je er voor ze en ga je om zeven uur weer naar huis. Je verlaat de woning in de wetenschap dat er pas om negen uur weer iemand komt; meestal iemand van de thuiszorg. Dat is erg lastig. Dan zou je er ook die laatste twee uurtjes nog wel voor de ander willen zijn…’

Delen en reageren met je facebook account